Parametrisch modelleren
Benoem de ontwerpvariabelen. Leg maatrelaties vast vanuit de functie en test de kleinste en grootste variant.
Gebruik benoemde global variables en equations. Bepaal welke maten per configuratie variëren.
Praktische CAD-workflows voor SolidWorks en Autodesk Inventor.
Het principe komt eerst. De software volgt.
Onafhankelijke werkwijzen, geen directe koppelingen. Menunamen en functies kunnen per versie of licentie verschillen.
Benoem de ontwerpvariabelen. Leg maatrelaties vast vanuit de functie en test de kleinste en grootste variant.
Gebruik benoemde global variables en equations. Bepaal welke maten per configuratie variëren.
Deel de machine op in functionele modules. Kies een vaste referentie en beperk afhankelijkheden tussen modules.
Leg subassemblies vast met doelgerichte mates. Controleer de vrije bewegingsgraden na wijzigingen.
Scheid standaarddelen van projectspecifieke onderdelen. Geef elk deel één herkenbare identiteit en revisie.
Gebruik configuraties voor beheersbare varianten. Controleer configuratiespecifieke eigenschappen en verwijzingen.
Definieer materiaal, aantallen, revisie en kritieke maten. Controleer of model, tekening en stuklijst hetzelfde ontwerp beschrijven.
Controleer de gebruikte configuratie in elke drawing view en BOM. Verifieer part numbers en custom properties.
Beoordeel botsingen, gereedschapsruimte, toleranties en montagevolgorde. Leg daarna de vrijgegeven revisie vast.
Voer interference detection uit voor relevante componenten. Controleer drawings en referenties na de laatste rebuild.