Een kogellager met C = 25 kN draait bij 750 omw/min onder een equivalente belasting van 4 kN. Hoeveel bedrijfsuren mag je verwachten?
L10 komt uit een vermoeiingsrelatie
L10 = (C/P)^p, uitgedrukt in miljoenen omwentelingen, met p = 3 voor kogellagers en p = 10/3 voor rollagers. De formule beschrijft materiaalvermoeiing van het rolcontact, geen slijtage door verontreiniging of gebrekkige smering. L10 is de levensduur die 90% van een groep identieke lagers onder dezelfde omstandigheden minstens haalt.
Rekenvoorbeeld: kogellager, C = 25 kN, P = 4 kN
L10 = (25/4)³ = 244,1 miljoen omwentelingen. Bij een constant toerental van 750 omw/min volgt L10h = L10 · 10⁶ / (60 · n) ≈ 5.425 bedrijfsuren. Dat is de dynamische kentallevensduur bij 90% betrouwbaarheid — niet de gegarandeerde levensduur van dit specifieke lager.
Betrouwbaarheid boven 90% kost levensduur
De a1-factor schaalt L10 naar een hogere betrouwbaarheid: a1 = 0,62 bij 95%. Voor dit voorbeeld geeft dat L5h ≈ 5.425 · 0,62 ≈ 3.364 uur. Het lager verandert niet; de rapportage wordt strenger. Kies de betrouwbaarheid op basis van de gevolgen van een storing, niet standaard de hoogste waarde.
Aannames en toepassingsgrenzen
Deze berekening neemt C en P als gegeven aan; de equivalente belasting P volgt normaal uit een aparte X/Y-berekening op basis van de werkelijke radiale/axiale belastingsverhouding, hier niet gemodelleerd. De smerings- en verontreinigingsinvloed (a_ISO uit ISO 281:2007) ontbreekt. Controleer daarnaast de statische veiligheid S0 = C0/P0 apart — bijvoorbeeld C0 = 20 kN en P0 = 4 kN geeft S0 = 5, te vergelijken met de fabrikanteneis voor dit lagertype, schokken, belasting en gewenste loopnauwkeurigheid.