Een hijsinstallatie tilt 50 kg met 0,2 m/s aan een trommel van Ø200 mm, bij 85% rendement en 1,1 veiligheidsfactor. Welk voorlopig motorvermogen volgt daaruit, vóór afzonderlijke hijsveiligheidscontroles?
Vier stappen van toepassing naar vermogen
De benodigde kracht F volgt uit het type toepassing: bij hijsen alleen het gewicht (F = m·g), bij een rollenbaan of band alleen wrijving (F = μ·m·g), bij een hellingbaan zwaartekracht én wrijving samen (F = m·g·(sinθ + μ·cosθ)). Daarna volgt het toerental uit de omtreksnelheid en wieldiameter (n = v·60/(π·D)) en het koppel aan de trommel uit T = F·D/2. Het lastvermogen is F·v; het benodigde motorasvermogen na het opgegeven aandrijfrendement is P_motor = F·v/η. Dit is een vereenvoudigd model voor een eerste dimensionering — geen volledige DIN 22101/FEM-berekening voor bandtransporteurs, die ook versnelling en meerdere deelweerstanden meeneemt.
Rekenvoorbeeld: hijsen, 50 kg bij 0,2 m/s
De kracht is F = 50 × 9,81 = 490,5 N. Met een trommel van Ø200 mm volgt aan de trommel n ≈ 19,1 omw/min en T = 490,5 × 0,1 = 49,05 N·m. Het lastvermogen is F·v ≈ 98,1 W; na het opgegeven aandrijfrendement van 85% is het benodigde motorasvermogen 98,1/0,85 ≈ 115,4 W. Met een veiligheidsfactor van 1,1 wordt het ontwerpvermogen ≈ 127,0 W — en de geselecteerde voorkeursreeks rondt dat af naar 0,18 kW. Dit is een voorlopige vermogensselectie, geen vrijgave van een hijsaandrijving.
Twee marges, geen dubbele veiligheid
De gekozen vermogensfactor (hier 1,1) is slechts een rekenmarge; hij bewijst niet dat de motor kan starten of versnellen. Afronden naar 0,18 kW volgt uit de geselecteerde voorkeurslijst, niet uit een universele beperking: andere vermogens kunnen bij fabrikanten beschikbaar zijn. Samen geeft dat in dit voorbeeld 0,18/0,115 ≈ 57% marge boven het benodigde motorasvermogen vóór de 1,1-factor — reken dat niet dubbel mee als extra veiligheid bovenop die factor.
Aannames en toepassingsgrenzen
Het model beschrijft een stationair mechanisch werkpunt met een enkele, vereenvoudigde weerstandsformule per toepassing. Versnelling, traagheid, elektrisch opgenomen vermogen, motor- en regelaarverliezen en de beschikbaarheid van een vermogen per polental/frame bij een specifieke fabrikant vallen erbuiten. Voor hijsen zijn afzonderlijke controles nodig van aanloop- en versnellingskoppel, overbrengingsverhouding, rem- en houdvermogen, inschakelduur en thermische belasting; de vermogensfactor 1,1 dekt die niet. Controleer bij bandtransporteurs de volledige DIN 22101/FEM-weerstanden en verifieer de uiteindelijke motorkeuze altijd tegen de fabrikantcatalogus.