Een montageplaat bestaat in drie breedtes. Hoe voorkom je drie afzonderlijke, uit elkaar groeiende modellen?
Leg de ontwerpregels vast
Maak onderscheid tussen vrije keuzes en afgeleide maten. Een plaatbreedte is bijvoorbeeld vrij; de randafstand van een gatenpatroon kan een vaste regel zijn. Geef parameters betekenisvolle namen en beperk afhankelijkheden van toevallige randen of vlakken die bij een wijziging verdwijnen.
Test de uitersten
Neem een plaat met breedtes 120, 180 en 240 mm en een vaste gat-randafstand van 20 mm. Laat de afstand tussen de gaten volgen uit breedte minus 40 mm. Test de kleinste en grootste variant op randafstand, overlap en ruimte voor boutkoppen. Een geslaagde herberekening controleert alleen het model, niet de maakbaarheid.
Van principe naar CAD
In SolidWorks kunnen configuraties varianten binnen een document organiseren. Leg vast welke maten en eigenschappen per configuratie variëren. In Inventor kun je benoemde parameters gebruiken om maatrelaties expliciet te maken. Documenteer in beide gevallen artikelnummer, materiaal en revisie zodat een modelvariant niet wordt verward met een vrijgegeven product.
Aannames en toepassingsgrenzen
Dit is een modelleerstrategie, geen directe softwarekoppeling. Menunamen en beschikbare functies verschillen per versie en licentie. Verifieer tekeningen en stuklijsten na elke variantwijziging; een correct 3D-model garandeert niet dat afgeleide documenten actueel zijn.
Verder lezen: SolidWorks — Configurations ↗